Laat uw e-mailadres achter en ontvang een mailtje van zodra deze beschikbaar is!
Omschrijving
Er zijn strips die je leest om het avontuur en strips die je achteraf doen beseffen dat je óók naar jezelf zat te kijken. Giuseppe Bergman hoort bij die tweede categorie. Milo Manara lanceerde zijn alter ego eind jaren 70 in het Frans op het kruispunt van reisverhaal, satire en metastrip. Het resultaat is een cultreeks die niet alleen de wereld rondtrekt (van Venetië over Afrika en het Oosten tot mythische droomgebieden), maar ook de mechanismen van verlangen, escapisme en spektakel blootlegt.
Met de aangekondigde heruitgave bij Lauwert in vier delen (Venetiaanse, Oosterse, Afrikaanse en mythologische avonturen) krijgt dit sleutelwerk opnieuw de ruimte die het verdient: als één lange reis waarin avontuur en reflectie elkaar voortdurend ondergraven.
Een held die liever leeft dan toekijkt
Giuseppe Bergman is een emblematische antiheld, gecreëerd door Milo Manara eind jaren 70. Door zijn absurde en existentiële omzwervingen belichaamt hij een kritiek op het klassieke avonturenverhaal, maar ook een meta-reflectie over de rol van auteur en lezer.
Giuseppe Bergman is geen klassieke held. Eerder een rusteloze dromer die “échte” avonturen wil meemaken, weg uit de benauwende routine. Net wanneer hij denkt dat het leven hem niets nieuws meer te bieden heeft, duikt de mysterieuze H.P. op, met het gezicht van Manara’s mentor Hugo Pratt (H.P. is geen toeval). Bergman wordt een verhaal ingezogen dat tegelijk opwindend én verdacht geënsceneerd aanvoelt.
Dat is de eerste grote vondst van Manara: Giuseppe Bergman is avontuur, maar het is ook een commentaar op avontuur. Binnen het verhaal circuleren camera’s, “publiek” en een soort regie, alsof Bergman deelneemt aan een realityshow avant la lettre. De lezer wordt zo medeplichtig: we genieten van de ontsnapping, maar voelen tegelijk de blik van het systeem dat die ontsnapping organiseert.
Manara, maar niet “alleen” Manara
Milo Manara (geboren in 1945 in Luson, Italië) is een invloedrijke striptekenaar die wereldwijd bekendstaat om zijn verfijnde erotische tekenstijl, zijn cinematografische benadering van beeldverhaal, en zijn samenwerkingen met iconische auteurs zoals Federico Fellini en Hugo Pratt. Na een artistieke opleiding in Venetië begon hij zijn carrière in de jaren 1960-70 met het tekenen van western- en avonturenstrips. Zijn grote doorbraak kwam in 1978 met de publicatie van HP en Giuseppe Bergman, een reeks die niet alleen zijn artistieke signatuur bevestigde, maar ook zijn internationale reputatie als meester van het sensuele, dromerige beeldverhaal vestigde.
Wie Manara uitsluitend associeert met zinnelijke tekeningen, ontdekt in Giuseppe Bergman iets rijkers: een auteur die het medium strip wil laten bewegen. Manara zegt zelf dat erotiek wel aanwezig is, maar niet dominant. Belangrijker is de drang om te vertellen en te experimenteren.
Die combinatie verklaart waarom Bergman vandaag nog werkt: het is tegelijk een tijdsdocument (jaren 70-90) en een verrassend moderne spiegel van onze beeldcultuur. En precies daarom is een heruitgave in een doordachte structuur, per reisfase, meer dan nostalgie: het is een herlezing.
De vier reisfases: vier manieren van verdwalen
1) De Venetiaanse periode: maskers, miseenscène en het begin van de reis
Venetië is in Bergman nooit zomaar decor. Het is een idee: een labyrint van schoonheid en illusie, waar je identiteit even vloeibaar wordt als water. In de Venetiaanse fase wordt de toon gezet: Bergman zoekt avontuur, maar botst meteen op rollen, spel en regie, alsof de stad zelf een theatermachine is. (Niet toevallig duikt in de reeks ook een expliciete knipoog naar Pirandelloachtigemetaspelen op via titels en verwijzingen.)
2) De Oosterse periode: India, droomlogica en verleiding
In recente samenvattingen van integrale edities wordt Bergmans traject expliciet genoemd: na Venetië volgt onder meer India — de “Oosterse” beweging waarin de reeks nog sterker naar droom, symboliek en zintuiglijkheid neigt.
Hier voelt Bergman vaak als een reiziger in twee werelden: de tastbare realiteit en de verbeelding die erdoorheen breekt. Avontuur wordt meditatie, verleiding wordt vraag: wat zoeken we eigenlijk in exotiek: de ander of een versie van onszelf?
3) De Afrikaanse periode: confrontatie en ontregeling
Ook Afrika wordt in integrale omschrijvingen benoemd als een sleutelfase in Bergmans reis.
In deze periode schuurt de reeks het hardst: de romantiek van “het avontuur” botst op rauwere realiteit en Bergmans naïviteit wordt getest. Manara speelt hier nadrukkelijk met het avonturengenre zelf, met wat het verzwijgt, met de clichés die het produceert en met de blik waarmee een Westerse avonturier de wereld denkt te kunnen consumeren.
4) De mythologische periode: imaginaire gebieden en de sprong naar de mythe
Na Venetië, Afrika en India reist Bergman ook in imaginaire gebieden en precies daar wordt Giuseppe Bergman het meest vrij: droom, allegorie en mythe nemen het stuur over.
De reeks Giuseppe Bergman is meer dan een avontuur; het is een diepgaande reflectie op het medium strip zelf. De serie verkent verschillende thema’s die de grenzen van het genre verleggen. Zo speelt metafictie een grote rol: het verhaal stelt voortdurend vragen over de aard van fictie en het bestaan van de stripheld. De hoofdpersoon, Giuseppe, is een naïeve antiheld op een initiatiereis, op zoek naar avontuur, maar telkens opnieuw geconfronteerd met de harde realiteit.
Daarnaast is er sprake van een dubbele laag van hulde en kritiek: Manara brengt een eerbetoon aan zijn mentor Hugo Pratt (verpersoonlijkt in het personage HP), maar ontleedt tegelijk de illusies van het klassieke avonturenverhaal. Erotiek en droom zijn overal aanwezig in de serie, niet als doel op zich, maar als symbolische vertolking van verlangen en verbeelding. Tot slot bevat het verhaal een sterke dosis zelfspot, waarbij Manara via zijn personages de rol en verantwoordelijkheid van de auteur binnen de stripwereld bevraagt.
Lauwert profileert zich al langer met verzorgde uitgaven en een fonds dat “nazindert”. Een reeks als Giuseppe Bergman past perfect in die logica: het is een klassieker die niet “af” is, omdat hij blijft meedenken met de lezer.
Wie de reeks al kent, krijgt nu een ideale kapstok om opnieuw te lezen, per reislogica. Wie Bergman nog niet kent, stapt binnen via een strip die het avonturengenre geeft wat het zelden durft: zelfkritiek, poëzie en een glimlach die soms net iets te scherp is.