Omschrijving
Reviews
Gemiddelde score 3 / 5
‘Karolus Magnus’ behandelt een turbulente geschiedenis die zich afspeelt in het westen van Europa. We staan aan het begin van het laatste kwart van de achtste eeuw, meer bepaald de jaren 777 en 778 AD, een gewelddadige periode.
De strip werd vernoemd naar Karel de Grote, in het boeiende verhaal een bepalende figuur in het leven van zowat alle andere protagonisten.
De ‘Vader van Europa’ is echter niet de enige hoofdrolspeler en is hier (oef!) allerminst de christelijke vorst zoals hij in de subjectieve, min of meer contemporaine biografie door Einhard kort na de dood van de vorst op vraag van diens zoon Lodewijk de Vrome wordt voorgesteld. In de 12e eeuw wordt Karolus zelfs heilig verklaard, niettegenstaande zijn onmiskenbare misdaden tegen de menselijkheid.
De held van het verhaal lijkt een zekere Artza D’Ossau te worden, de ‘Beer van Ossau’, een fictieve figuur en de troonopvolger van Wasconië, op jonge leeftijd door zijn vader als gijzelaar overgeleverd aan Karolus, overigens niet ongebruikelijk in die tijd.
De zeldzame historische bronnen over de periode en de gebeurtenissen laten de nodige ruimte aan creatieve scenaristen om de geschiedenis wat naar hun hand te zetten.
Hiervan maakt scenarist Bartoll goed gebruik: naast historische figuren en feiten duikt ook de nodige fictie op die het verhaal onmiskenbaar veel schwung geeft. Meerdere verhaallijnen lopen door elkaar en kruisen elkaar regelmatig. Dat is altijd een pluspunt in een verhaal, en het dwingt de lezer om zijn aandacht erbij te houden…
De belangrijke historische achtergrond tot het gebeuren, gevormd door de strijd die op dat ogenblik woedt in de moslimwereld, wordt op duidelijke wijze uitgewerkt: de Omajjaden dynastie werd in het Midden-Oosten verdreven door de Abbasiden dynastie. Hierbij weet de belangrijke Omajjaden leider Abd al-Rahman te ontkomen aan zijn vijand, de Abbasiden kalief Al-Mahdi, en hij wordt heerser over ‘Al Andalus’.
Dit is uiteraard een fikse doorn in het oog van de kalief die via Suleyman (de Abbasidische gouverneur van Zaragoza) de hulp van Karel inroept. Deze gaat graag in op het verzoek, hij ziet onmiddellijk opportuniteiten om (een deel van) het grondgebied aan de overzijde van de Pyreneeën in te lijven…
De militaire veldtocht van Karolus zal uiteindelijk leiden tot de beroemde confrontatie tussen een deel van het leger van de Frankische vorst en de Wasconiërs in de pas van Roncevaux.
Belangrijke nevenfiguren in het verhaal zijn o.a. markgraaf Roelant (hier eenzijdig voorgesteld als een bruut), de (fictieve) zendgraaf Brunhilde, een Saxische femme fatale die o.a. het bed deelt met Karel en diens koningin Austrade (een historisch foutje, Karel huwde Austrade pas in 783, na de dood van koningin Hildegarde datzelfde jaar), en Marvan Ibn al-Wisigotha, de belangrijke (fictieve) ambitieuze Visigotische raadgever van de kalief.
Veel stof tot lezen dus. Het scenario van de eerste twee delen is degelijk opgebouwd en de verschillende verhaallijnen staan garant voor (veel) spanning en avontuur.
Het verhaal vertoont naar mijn mening ook tekortkomingen: het hoge ritme komt de geloofwaardigheid van de protagonisten niet ten goede. Zij lijken nooit, niet in het minst, te twijfelen aan hun keuzes en de mogelijke impact ervan. Dat is uiteraard een bewuste keuze van de auteurs geweest. Het leidt wel tot een gebrek aan empathie voor zowat alle protagonisten die wat karikaturaal overkomen. Ze zijn haast allen meedogenloos, geen levende figuren waar men veel begrip voor opbrengt.
Zo zijn o.m. de fictieve Wasconische helden Otxoa en Irrubé totaal ongeloofwaardig. Zij zorgen voor wat ‘komische’ noten die echter bestaan uit irrealistisch (kinderlijk) vocaal en fysisch spierballengerol, een euvel waaronder wel meer strips (voor volwassenen) lijden.
Karolus en Roelant worden beide op eenzijdige wijze, meedogenloos en roekeloos, weergegeven. Roelant vertoont niet de minste kenmerken van een goede leider.
Dat trekt zich door tot de tekeningen. Eon is beslist een uitstekende tekenaar, maar de weergave van de hoofden van zijn personages neigt regelmatig naar het karikaturale. De ‘slechteriken’ zijn onmiskenbaar ook de slechteriken. Dat heeft het voordeel van de duidelijkheid. Dergelijke stijl telt ongetwijfeld fans maar geniet niet mijn voorkeur.
De weergave van (vooral) vrouwelijk naakt lijkt mij gratuit, louter ingegeven uit commerciële overwegingen, een ander euvel waaraan talloze strips (voor volwassenen) lijden. Mooi getekend, dat wel, maar de scènes brengen geen meerwaarde aan het verhaal, in tegenstelling tot bv. de naaktscènes in de Eleonora-reeks (Bloedkoninginnen, Daedalus). Het bloot is er om het bloot, en heeft hier geen andere functie.
Karolus kijkt niet op een bras- en vrijpartij meer of minder en lijkt hier wel een losbandig persoon, geen grote staatsman. Hij zal in werkelijkheid ongetwijfeld een liefhebber van vrouwelijk schoon zijn geweest (4x - politiek- getrouwd, een rist minnaressen, talloze ook buitenechtelijke kinderen), maar hij hield naar verluidt alleszins van zijn tweede vrouw Hildegarde en hun gezamenlijke kinderen die hier echter in geen velden of wegen te bespeuren zijn.
De historische nalatenschap van Karel, hoe meedogenloos ook in zijn militaire acties, laat toe te besluiten dat hij een bepaalde moraal moet hebben gehad, in staat om te beminnen en de zwakken te beschermen…
Kort, de eerste 2 delen van de reeks hebben ongetwijfeld kwaliteiten. Spanning staat voorop en de verhaallijnen zijn boeiend, maar het geheel vertoont een gebrek aan diepgang.
Jammer, want alle elementen zijn wel degelijk aanwezig om er een echt hoogstaande strip van te maken. Geef mij maar de Lemen Troon (Silvester uitgeverij), hoewel het laatste deel van deze serie nu echt wel mag verschijnen.
En toch kijk ik uit naar het volgende, derde deel, dat de Slag bij Roncevaux en de dood van Roelant zal behandelen. Ik zal het mij zeker aanschaffen.
De covers vind ik overigens uitstekend, en dan vooral die van het eerste deel met een schijnbaar getormenteerde Irrubé, met bebloede bijl, in zwaar weer (of is het toch Karolus? Maar die verschijnt op de cover van het derde - en vermoedelijk laatste - deel).
Ook de inkleuring van het verhaal is opmerkelijk gevarieerd, mede in de hand gewerkt door de kille sfeer in het N (de wat sombere sfeer in en rond Karels verblijf te Paderborn, de regentaferelen in Wasconië) tegenover de weelderige sfeer in het Z (het paleis van de kalief te Bagdad, de omgeving van Zaragoza). De allereerste, paginagrote tekening van deel I, is heel mooi uitgewerkt en ingekleurd, een genot om naar te kijken.
Een score van 3,5/5 lijkt mij correct.
win een cadeaubon ter waarde van €5 Schrijf een review