Description
Les Aventures du Professeur Palmboom – Édition Intégrale
Quoi ?
Julius Palmboom est un professeur curieux qui, avec son assistant Thomas Dibbet, enquête sur divers mystères de science-fiction.
Auteur : Dick Briel
Publication : Initialement publié entre 1978 et 2000 dans des magazines comme Eppo, Eppo Wordt Vervolgd, Sjors en Sjimmie Stripblad et Veronica Magazine.
Maisons d’édition : Oberon, Arboris, Bee Dee
Albums :
Les Aventures du Professeur Palmboom intégrale
Professeur Palmboom 1
Professeur Palmboom 2
Professeur Palmboom 3
Professeur Palmboom 0
Intégrale (nouveau 2025)
Publication Édition Intégrale : Mars 2025
Éditeur : Uitgeverij L
Pages et format : 256 pages, couverture rigide. Disponible aussi en édition de luxe avec couverture en lin, jaquette et ex libris (150 exemplaires).
Contenu :
Toutes les histoires courtes et longues du Professeur Palmboom, rescannées et colorisées numériquement (sauf "London Labyrinth", déjà en couleurs numériques).
Dossier détaillé de 71 pages, rédigé par Rob van Eijck, Rob van Bavel et Rob van der Nol, comprenant des informations de fond, des photos, des illustrations et des histoires inachevées.
Couvertures originales et retravaillées en grand format.
Toutes les histoires dans l’ordre chronologique tel qu'elles ont été dessinées à l’origine.
Histoires compilées :
L'Hypnotiseur (5 pages, 1982, publié dans le tome 0)
L’Horloge (5 pages, 1988, publié dans le tome 0)
Le Mystère de la plante Tacho (44 pages, 1978-1979, publié dans le tome 1)
La Grenade rouillée (22 pages, 1981, publié dans le tome 2)
L’Armée de Phillpotts (22 pages, 1982, publié dans le tome 2)
La Malédiction du Dr. Horvath (4 pages, 1984, publié dans le tome 0)
London Labyrinth (62 pages, 1996-1998, publié dans le tome 3)
ISBN : 9789088862892
Cette édition intégrale rend hommage au talent de Dick Briel et est un incontournable pour les amateurs du style Ligne Claire et des mystères de science-fiction.
Avis
Score moyen 5 / 5
Je hebt integrales en integrales. Het verhaal van de opgepoetste bundelingen van klassieke strips, met dossiers en fijne extraatjes voor de verwende stripliefhebber, is niet voor niets een succes. Nostalgie sells: striplezers die ooit bepaalde reeksen in bijvoorbeeld de Pep of Eppo lazen, kunnen die strips mooi weer een keertje herlezen, maar dan keurig uitgegeven in prachtige, gebonden boeken. Zoals de integrale van de avonturen van Professor Palmboom, een strip die voor het eerst werd gepubliceerd in stripblad Eppo in 1978 en waarvan uiteindelijk twee lange en een elftal korte verhalen verschenen. Het is een integrale die de striplezer in de watten legt.
Dat begint meteen met een puik dossier over de strip, maar eigenlijk vooral over de enigmatische maker Dick Briel (1950-2011). Wie de zeventig pagina’s tellende inleiding leest, merkt meteen: Briel was een bijzondere verschijning in de stripwereld. Samensteller Rob van Eijck, de chroniqueur van het klassieke beeldverhaal die onlangs overleed, sprak voor het achtergrondverhaal met collega’s, uitgevers, zijn broer en Briels vrouw Paula Mazolla over de stripmaker die zich het liefst in zijn werkkamer opsloot om aan een verhaal te werken. Uit de anekdotes en de levensgeschiedenis komt een intrigerend beeld naar voren van een stripmaker die een enorme focus en discipline aan de dag legde. Iemand die twijfelde, een perfectionist, iemand met een bijzonder zelfbeeld.
In het dossier is veel te zien: schetsen, niet afgeronde pagina’s en veel foto’s die een mooi beeld schetsen van Briel en zijn werk. Het knappe van het dossier zit niet alleen in de volledigheid, maar ook in de manier waarop Briel wordt geportretteerd: toegegeven, de man heeft een klein oeuvre achtergelaten, maar de impact ervan was groter dan dat van veel andere Nederlandse stripmakers. Niet alleen omdat zijn werk uiteindelijk werd vertaald in zeven talen, maar ook omdat de verhalen ‘onhollands’ spannend waren en er bovendien in klare lijn-stijl uitzagen alsof ze uit de Belgische school afkomstig waren, zoals die van Edgar P. Jacobs (Blake en Mortimer) waarmee Briels werk vaak werd vergeleken.
De eerste paar korte verhalen waarmee de integrale begint, De hypnotiseur en De klok, beide uit 1977, lezen als vingeroefeningen: ze zijn te kort om echt ergens op uit te draaien, de verhaallijn is te mager voor echte spanning. Maar eenmaal op weg in de chronologie van de integrale komt het eerste volledige verhaal, Het mysterie van de tacho-plant, en dat is dik in orde. Dat verscheen in 1978 en 1979 in Eppo, het album in 1981. Zonder uitvoerig op het verhaal in te gaan, heeft het zijn spanning behouden en is het vooral nog heel lezenswaardig. Waar oudere verhalen vaak door de trage hoeven zakken, leest deze Palmboom heel behoorlijk. Briel wist er een heel atypisch tempo in te leggen. Dat ligt voor een deel aan de interactie tussen Palmboom en zijn collega Thomas Dibbet. Hun gesprekken vertellen de lezer veel, er wordt veel gezegd wat de lezer ziet of vermoedt, maar ze houden ook de vaart erin.
Het gegeven van de tacho-plant, en wat die aanricht, is mooi gevonden en als de beide heren op onderzoek uit gaan – hoe klassiek – merken ze al snel dat ze in de gaten worden gehouden. Kortom, gevaar en gedonder, met een vleugje SF en mysterie. Het heeft iets van Harry Dickson, met een beetje Blake en Mortimer (ook een professor). Het tekenwerk is klassiek en strak, de kleuren van de integrale zijn minder flets als destijds in de albums en dat is een plus. Dat doet wat met een verhaal.
Na Het mysterie van de tacho-plant volgen de verhalen De roestgranaat en Het leger van Philpotts, die in 1982 al samen in een album terechtkwamen. Later kwamen er nog negen korte verhalen die pas in 1999 en 2000 werden gebundeld. Dat de verhalen zo versplinterd en over lange tijd werden uitgegeven, maakt deze integrale relevant. Het is interessant te zien hoe gaandeweg de stijl van Briel iets losser wordt, wat niet meteen een verbetering is. De professor van de tacho-plant is een stuk sprekender dan die uit latere jaren.
De integrale van professor Palmboom is geslaagd, vanwege een uitmuntend dossier en een reeks stripverhalen die de ontwikkeling van een eigengereide stripmaker laten zien. Niet alle stripreeksen en auteurs lenen zich voor deze aanpak, maar Dick Briel en zijn werk zeker wel. Dat bewijs is geleverd. 9de kunst website
profesor palmboom is mooi getekend en goede verhalen jammer dat er geen vervolg meer kan komen
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5 Rédiger un avis