Déjà 8 autres lecteurs recherchent également ce titre. Laissez votre adresse e-mail et recevez un e-mail dès qu'il est en stock!
Description
Un conte émouvant et visuellement éblouissant
Un magnifique premier tome d’une série très prometteuse — tendre, philosophique et visuellement impressionnante.
Les scénaristes BeKa et le dessinateur Munuera, qui avaient déjà collaboré sur Les Tuniques Bleues, prouvent une fois de plus leur parfaite complicité. Le récit est sensible, intelligent et surprenant, tandis que le style de Munuera gagne encore en force grâce à de subtils accents réalistes.
Dans un monde rétrofuturiste où les humains sont entourés de robots domestiques, la jeune Iséa trouve refuge dans Cyrano de Bergerac, un film recommandé par Tal — sa seule amie, qu’elle ne connaît qu’à travers un écran. Mais l’impensable se produit : Debry, le robot-nounou qui l’a élevée et a été sa seule véritable source d’affection, est renvoyé par sa mère. L’équilibre fragile de la vie d’Iséa s’effondre. Déterminée à retrouver Debry, Iséa entreprend avec son camarade de classe Tilio un voyage vers la mystérieuse ville de Tulpa…
Avec son univers original et son approche tendre et nuancée, Cœurs de Ferraille explore la complexe relation mère-fille : qu’est-ce qui est inné, qu’est-ce qui est acquis, et où se cache le poison ?
Avis
Score moyen 5 / 5
Het trio dat ons in 2020 het 65ste deel van De blauwbloezen schonk, heeft sindsdien niet stilgezeten: van José Luis Munuera en BeKa verscheen onlangs Het hart van schroot: Debry, Cyrano en ik, een innemend verhaal over liefde, haat en medemenselijkheid – met robots in een flinke bijrol. Op het voorplat staat een 1, wat erop wijst dat het een eerste deel van een serie is. Dat klopt, in het Frans verschenen drie delen, die los van elkaar gelezen kunnen worden. Ze horen bij elkaar doordat ze dezelfde thematiek behandelen en robots opvoeren. Als de volgende delen net zo sterk zijn als Debry, Cyrano en ik, dan wordt het zeker een prima drieluik.
Dat zit ‘m dan vooral in de combinatie van factoren. Het verhaal speelt ten tijde van de Amerikaanse segregatie aan het einde van de negentiende eeuw. Waar op de plantages destijds door slaven werd gewerkt, zijn het nu ranke robots met platte knoopgezichten die de arbeid verrichten. Deze robots zijn menselijker dan ze eruitzien. Ze hebben gevoelens, die ze overigens ook weer gemakkelijk kunnen kwijtraken: nadat ze zijn gereset, weten ze nergens meer van.
In de plantage-setting ligt het voor de hand te denken dat de robots de plaats hebben ingenomen van de zwarte slaven van toen, maar daar is op een halfslachtige manier omheen gewerkt. Het witte meisje Iséa zit in een gemengde klas, samen met de donkere Tilio die heimelijk verliefd op haar is. Toch is er iets wat hem weerhoudt met haar te praten. Het Franse scenaristenduo dat schuilgaat achter het pseudoniem BeKa (Bertrand Escaich en Caroline Rogue) koppelt dat aan het verhaal van Cyrano de Bergerac, wat het kleurverschil tussen Iséa en Tilio toch op een bijzondere manier accentueert, omdat er behalve zijn huidskleur niets anders is aan Tilio – zijn neusje is zelfs opvallend klein. Misschien slaat de woke-radar hier onterecht aan, maar toch: als de kleuren waren omgedraaid, dan was Cyrano even onlogisch geweest.
Naast robots zijn er meer moderniteiten in het verhaal. Iséa kijkt bijvoorbeeld naar de Cyrano-film via een zwevend blauw schermpje dat ze steeds bij zich heeft. Dat ziet er in eerste instantie mal uit, omdat de strip is ingekleurd volgens de conventies van tijd en plaats: alles ademt de eind negentiende en begin twintigste eeuw. Het blauw van het scherm detoneert in die omgeving, al vindt niemand het een raar ding. Deze retro-futuristische accenten worden gelukkig spaarzaam gebruikt: ze zijn er, het verhaal leunt er niet op. Als Iséa en Tilio van huis weglopen, wordt er ouderwets met vreemde vliegmachines naar de twee gezocht.
De twee kinderen lopen niet zomaar van huis weg: ze gaan op zoek naar Debry, de nanny-robot die Iséa heeft opgevoed en waar Iséa warme gevoelens voor heeft. Logisch, haar moeder is een harteloos schepsel dat zich als een feeks gedraagt, vooral tegenover haar dochter. Dit verklaart de titel van het boek. Extra spannend wordt het natuurlijk voor de kinderen als ze horen dat robots kunnen worden gereset. Vinden ze haar op tijd?
Munuera is op z’n best als hij emoties tekent. Het verdriet en de boosheid van Iséa, de twijfel en verliefdheid van Tilio, de agressie van de moeder; het zit allemaal zo perfect in elkaar dat het geheel er snel sprookjesachtig uitziet. Alles is meteen helder, de lezer vergist zich niet in de situaties. Nog voordat de moeder haar waffel had opgetrokken, wist je al: die deugt voor geen meter. Het zorgt voor een gemakkelijk uurtje leeswerk, de lezer wordt niet aan het denken gezet. We zijn vooral op een emotioneel niveau bij de figuurtjes betrokken, ook wij willen dat het de kinderen lukt.
Het kleinste smetje lezen we in het daverende slotstuk, als Iséa haar moeder vertelt hoe ze echt over haar denkt. Dat gaat op zo’n volwassen manier dat het voelt alsof er een souffleur achter een boom staat en haar influistert. En zo komt Cyrano ook weer om de hoek, dus wie weet is het echt zo Stefan Nieuwenhuis 9dekunst.nl
Een sprookje van staal en verlangen
Een hart van schroot van Munuera en BeKa is een van de mooiste strips van het afgelopen jaar, met prenten die je liefst meteen uitvergroot en aan de muur hangt.
Bijna geruisloos is dit najaar Een hart van schroot in het Nederlands verschenen bij stripuitgeverij Lauwert. Het eerste deel toch. De delen twee en drie van de trilogie zijn al uit in het Frans en komen er nog aan in het Nederlands. Zelf ontdekte ik dit eerste deel in 2022 als feuilleton in stripweekblad Spirou, het laboratorium van striphuis Dupuis. Ouderwets, ik weet het. Wie leest nog strips in feuilletonvorm? Maar goed, bij mij was het bingo vanaf die eerste aflevering.
Het meisje Isea groeit op in een stadje in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Alles lijkt zich af te spelen aan het eind van de negentiende, begin twintigste eeuw. Lijkt. Want Isea’s belangrijkste speeltje is een draadloos toestel met een scherm waardoor ze kan praten met een imaginaire vriendin.
Helemaal retrofuturistisch wordt het als blijkt dat alle handenarbeid in Isea’s wereld verricht wordt door robots: er is tuinman Schoffel en Isea’s kindermeisje Debry. Tussen het kind en de zorgende, begripvolle vrouwelijke robot ontwikkelt zich een oprechte liefde. Te meer omdat de biologische moeder van Isea, een southern belle, koud is. Zij wil Debry ontslaan. “Je hebt geen oppasrobot meer nodig. Je bent bijna een tiener. Het wordt tijd dat je voor jezelf leert te zorgen.”
Isea is er kapot van. Ook omdat ze weet dat ontslagen robots een herprogrammering ondergaan. Dan zou Debry zich niets meer herinneren van Isea. Dus loopt Isea weg en gaat op zoek naar haar oppas, terwijl haar moeder de politie inschakelt. Die zet er de beste speurrobot op, een angstaanjagend personage met een hoge hoed en een allesziend oog. Eén oog.
Uiteraard doet dit hele verhaal sterk denken aan een commentaar op een slavenmaatschappij, al leggen tekenaar José Luis Munuera en het scenaristenduo BeKa dat er niet te dik op. Centraal staat de zoektocht naar een robot die humaner is dan de meeste mensen.
Munuera betovert met plaatjes die uitvergroot een plaats aan de muur verdienen. Soms tonen ze verstilde scènes, dan weer snedige actie. Een hart van schroot is een juweel dat deze volwassene weer even de leessensatie geeft die hij als tienjarige had.
Eén bedenking. Hoe komt het dat een van de mooiste strips van de afgelopen jaren niet vertaald is door Standaard Uitgeverij? Die heeft nochtans de eerste keuze om titels van grote Europese striphuizen in het Nederlands uit te brengen, inclusief Dupuis. Even niet goed opgelet, misschien… Gelukkig heeft Lauwert, een kleine stripuitgeverij uit het West-Vlaamse Menen, dat rechtgezet met deze geweldige uitgave.
Centraal staat de zoektocht naar een robot die humaner is dan de mensen.
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5 Rédiger un avis