Description
Milan Hulsing - Empreintes
Voir aussi l'interview dans l'émission " op de sofa" sur notre chaine youtube Milan Hulsing
5 histoires de Karel Čapek racontées et illustrées par Milan Hulsing.
Čapek, Karel, 1890-1938.
Initialement collectées dans les recueils Povídky z jedné kapsy et Povídky z druhé kapsy en 1929.
Écrivain, critique et journaliste tchèque, il est surtout connu pour ses œuvres de science-fiction, dont le roman La guerre des salamandres (1936) et la pièce de théâtre R.U.R. (Rossum's Universal Robots, 1920), qui introduisit le mot "robot" dans le monde entier.
En 1929, Čapek expérimenta avec la nouvelle et en écrivit une par semaine. Ce qui avait commencé comme des anecdotes humoristiques évolua rapidement en des miniatures humanistes uniques, mêlant humour, mystère et éléments du genre policier.
Cela aboutit aux recueils Histoires de la poche gauche et Histoires de la poche droite. Ces récits n'ont pas encore été publiés aux Pays-Bas.
EMPREINTES présente pour la première fois en néerlandais cinq des meilleures de ces histoires.
4o mini
Avis
Score moyen 5 / 5
Het uitkomen van een nieuw boek van Milan Hulsing is inmiddels een Evenement. Alle (terechte) lofuitingen op zijn eerdere werk scheppen verwachtingen. Hulsing wisselt het verstrippen van literatuur af met eigen scenario’s. Eerder maakte hij schitterende verbeeldingen van Mulisch’ De aanslag en het Egyptische Stad van klei, naar werk van schrijver Mohamed el-Bisatie. Hierop volgde meesterwerk De smokkelaar, waarvan hij het complexe verhaal zelf schreef. Kenmerkend voor Hulsings stijl is dat hij zich als een kameleon aanpast aan zijn onderwerpen. Ieder boek heeft zijn eigen vormgeving en wijkt af van eerder werk. Desalniettemin, en dat is nu zo knap, is het allemaal onmiskenbaar Milan Hulsing. Zijn versie van een (toch wat) uitgekauwde klassieker als De aanslag is dynamisch en verfrissend, terwijl je in Stad van klei het zwetend broeierige Egypte om je heen voelt klampen.
In Voetsporen worden we verplaatst naar Tsjechië in de jaren 20 van de vorige eeuw. In vijf verhalen van twintig pagina’s krijgen we een mix van detective, absurditeit en (licht) filosofische overpeinzing voorgeschoteld.
Neem het verhaal De Blauwe Chrysant. Hier volgen we de hovenier Fulinus, wiens obsessie voor een mysterieuze blauwe bloem hem steeds verder drijft. Wanneer hij Clara een onbestaanbare blauwe chrysant ziet vasthouden, ontstaat er een bijna onmogelijke zoektocht. Niemand weet waar de bloem vandaan komt, en na oneindig zoeken geeft Fulinus op. Uitgerekend op dat moment ontwaart hij iets blauws vanuit een trein. Hij stapt uit en ontdekt dat de bloemen verborgen groeien bij een afgelegen spoorhuisje, net buiten bereik van nieuwsgierige blikken. In een poëtisch gebaar besluit hij de bloem naar Clara te vernoemen, maar de ironie blijft: de bloem, die in het geheim bloeit, weigert ergens anders wortel te schieten. Een verrukkelijke vertelling en Hulsing weet de melancholie te vertalen in schitterend verstilde beelden.
Of kijk naar Het verhaal van de dirigent. Kalina, een dirigent met een scherp gehoor, wordt uitgenodigd voor een concert in Liverpool, terwijl hij geen woord Engels spreekt. Tijdens een avondwandeling vangt hij een gesprek op tussen een man en een vrouw. Hij verstaat er niets van, maar door de toonhoogte en cadans van hun stemmen begrijpt hij intuïtief dat er iets mis is. De man lijkt de vrouw over te halen mee te werken aan iets zeer ernstigs. Kalina probeert zijn zorgen over te brengen aan de politie, maar hij wordt niet serieus genomen. Een nacht vol frustratie volgt en de volgende dag leest hij in de krant dat er inderdaad een gruwel heeft plaatsgevonden. Het is een klassiek lesje ‘volg je gevoel’ en het contrast tussen de sereniteit van muziek en de chaos van misdaad wordt geweldig getekend.
Hoogtepunt is Een poging tot moord. Het verhaal begint met meneer Tomla, die op een avond in zijn stoel zit wanneer hij vanuit de straat wordt beschoten. Hij doet aangifte bij de politie, maar blijft zich afvragen wie zo’n aanval op hem zou willen plegen. Hij bemoeit zich immers met niemand en is gewoon maar een vrijgezelle ambtenaar. Terwijl hij zijn leven overdenkt, komen oude herinneringen bovendrijven: momenten waarop hij, bewust of onbewust, anderen heeft gekwetst. Hulsing tekent deze introspectie subtiel. De stad om Tomla heen voelt claustrofobisch aan, met donkere stegen en schaduwen die de binnenwereld van de protagonist weerspiegelen. In slechts twintig pagina’s worden grote thema’s als schuld en morele verantwoordelijkheid verbeeld.
Na al het kleurrijke geweld van De smokkelaar en spin-off Spaans rood grijpt Hulsing in Voetsporen terug naar de meer sobere bruintinten uit Stad van Klei. Een keuze die goed past bij het grauwe gevoel van Tsjechië een eeuw geleden. Er is hier nog minder ruimte voor poespas en onnodige details. Zo experimenteert de tekenaar weer met een nieuwe stijl, al blijven de kenmerkende strakke panelen gehandhaafd. Vier; vijf; hooguit zes panelen per pagina, meer gunt Hulsing zichzelf niet. Alsof hij hiermee wil voorkomen dat een verhaal te ver uit de bocht slingert. Het maakt nieuwsgierig naar wat er zou gebeuren wanneer hij dat strakke stramien wel een keer los zou laten.
Als er al iets aan te merken is op het boek, dan is het toch vooral dat het dikker had gemogen. De verhalen zijn zo heerlijk behapbaar dat het naar meer smaakt. Door het steeds op twintig pagina’s te houden dwingt Hulsing zichzelf enkel op de kern van de verhaaltjes te richten. Deze lenen zich dan ook uitstekend voor bewerking en het is een fijn idee dat er nog zo’n 40 stuks voor het oprapen liggen.
Voetsporen is een ode aan de verhalende kracht van het beeldverhaal en een bewijs van Milan Hulsing’s meesterschap. ERik Ploegmakers 9de kunst
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5 Rédiger un avis