Description
En 1892, à bord du Caldonia en route vers San Francisco, le grand écrivain britannique Robert-Louis Stevenson rencontre un certain Charles Dawson. Cet homme manifestement riche est un admirateur du travail de Stevenson et lui propose de lui raconter une histoire étrange qui pourrait bien inspirer l'un de ses prochains romans. Car sa grande richesse n'est ni le fruit de son travail, ni d'un héritage. Dawson doit sa fortune à une étrange relique : une main momifiée que l'on pense appartenir au diable lui-même. Celui qui la possède verra tous ses vœux se réaliser.
Mais rien n'est gratuit avec Satan. Et la personne malheureuse qui meurt sans s'être débarrassée de la main gênante est envoyée directement dans les flammes de l'enfer. Le propriétaire doit donc la vendre avant sa mort, mais à un prix inférieur à celui payé par le précédent propriétaire. Dawson rappelle à Stevenson que son histoire personnelle n'est pas encore terminée, mais qu'il lui racontera sûrement l'épilogue. Parviendra-t-il à se défaire de la main avant de rendre son dernier souffle ? Les deux hommes se retrouveront-ils pour découvrir la fin de l'histoire ? Seul le diable le sait...
• Un scénario inspiré d'un roman de Robert-Louis Stevenson, maître du roman d'aventure.
• Une collaboration entre Griffo et Rodolphe, deux géants de la bande dessinée franco-belge.
• Un récit fantastique avec une tension à couper le souffle, une course contre la montre et une damnation éternelle. Un magnifique travail artistique renforcé par une encre subtile et délicate.
• Des ambiances exotiques, colorées et raffinées offrant un changement total de décor.
• Une réinterprétation audacieuse d'un grand classique de la littérature britannique.
Avis
Score moyen 4 / 5
Dit is een eigentijds (19e-eeuws) sprookje dat je in één ruk uitleest.
Rodolphe liet zich inspireren door een oude Duitse legende, die later door Robert Louis Stevenson, de auteur van Schatteneiland, werd beschreven in zijn boek De Fles van Satan uit 1891.
In de verstripte versie is de fles vervangen door een 'hand', maar verder blijft dit een prachtige adaptatie van het originele verhaal.
De tekeningen van Griffo zijn zoals we van hem gewend zijn verfijnd en geven de 19e-eeuwse sfeer perfect weer.
Het is Stevenson zelf die in de strip het verhaal te horen krijgt van ene mijnheer Dawson. Centraal staat een mysterieuze kunsthand die de wensen van zijn eigenaar vervult. Maar er zijn strikte voorwaarden aan verbonden waardoor we met een mooie paradox worden geconfronteerd.
De hand van de duivel maakt al je wensen waar, maar je moet haar verkopen voordat je sterft, anders word je verdoemd. Bovendien moet je haar altijd doorverkopen voor een lagere prijs dan waarvoor je haar hebt gekocht.
Dawson koopt de hand als arme landloper voor zijn hele fortuin: 49 dollar. Vanaf dat moment gaat het hem voor de wind; hij krijgt alles wat hij verlangt. Wanneer hij eenmaal welvarend en gelukkig is, besluit hij de hand uit voorzorg door te verkopen voor 48 dollar.
Maar het lot slaat toe: Dawson krijgt lepra, een destijds ongeneeslijke ziekte. Hij gaat opnieuw op zoek naar de hand, die hem kan genezen. Intussen is de hand vele malen van eigenaar gewisseld en de prijs gedaald tot slechts 1 dollarcent.
Wanneer de hand nog maar 1 cent waard is, wordt het steeds moeilijker om haar door te verkopen. Niemand wil haar kopen, uit angst voor verdoemenis.
Dawson koopt de hand uiteindelijk toch en geneest van zijn lepra. Maar al snel wordt hij geplaagd door verschrikkelijke nachtmerries, alsof zijn verdoemenis onafwendbaar is.
Zijn vrouw, Rose, bedenkt een uitweg: de hand kan in een andere munteenheid worden verkocht. Op dat moment is 1 dollarcent meer waard dan 4 Franse centimes, waardoor ze de hand voor 3 centimes kunnen verkopen. Maar zelfs voor die prijs wil niemand ze. Wie haar voor 2 centimes koopt, zal geen koper meer vinden die haar voor 1 centime wil overnemen. Uit wanhoop schakelt Rose een zwerver in en overtuigt hem om de hand voor 3 centimes te kopen, in een poging Dawson te verlossen van zijn kwelling. Zijzelf koopt de hand over van de zwerver. Nu is zijzelf de nieuwe eigenaar, en de situatie van het stel verslechtert razendsnel. Ze vluchten in drank en wanhoop.
In een kroeg in East End ontmoeten ze Kapitein Bowle, die de hand wel van hen wil kopen. Voor hem lijkt de kunsthand ideaal, aangezien hij al een hand mist – en verdoemd leek hij toch al te zijn.
In de epiloog zien we Stevenson in zijn huis op Samoa, met een knipoog van Griffo naar Paul Gauguin, een tijdgenoot van Stevenson.
Stevenson zou vast een paar extra levensjaren hebben gewenst als hij de hand had gehad. Maar helaas stierf hij op 44-jarige leeftijd aan een hersenbloeding.
Doek.
Pjotr. 01.2025
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5 Rédiger un avis