Description
De Dissidenten
Avis
Score moyen 4 / 5
Wie de flaptekst van De dissidenten leest, verwacht een klassiek Amerikaans rechtbankdrama. We lezen over een handvol dwarse cartoonisten die onder de dreiging van twintig jaar cel wegens opruiing de degens kruisen met een overheid in oorlogskoorts, culminerend in een heroïsche vrijspraak. Maar Derf Backderf is geen maker van Hollywood-clichés, de werkelijkheid was destijds een stuk cynischer en absurdistischer.
De twee opeenvolgende processen tegen de redactie van het radicale socialistische tijdschrift The Masses liepen uit op een hung jury. Terwijl justitie hen wegens schending van de beruchte Espionage Act achter de tralies probeerde te krijgen, zat stercartoonist Art Young in de beklaagdenbank openlijk te dutten en spotprenten van de aanklager te schetsen. Hij werd wakker gepord wanneer hij zelf moest getuigen, om daarna weer in slaap te sukkelen. Niemand ging de cel in en na afloop proostte het gezelschap uitgelaten op “verdeelde jury’s”.
Toch tekent het slot een bitter verlies. In plaats van door een rechterlijk vonnis werd The Masses gevloerd door bureaucratische wurging. Zodra de postvergunning van het blad werd ingetrokken, stierf het een geruisloze dood aan het postloket. Wie niet bezorgd mag worden, bestaat immers niet.
Een groot deel van de geschiedenis die Backderf in dit vuistdikke boek blootlegt, is diep begraven en weggepoetst. Niet in de zin van een vage herinnering die even opgefrist moest worden, maar als een blinde vlek die met harde hand wordt weggewassen.
Om die vergeten wereld invoelbaar te maken, kiest Backderf voor een slimme verteltruc. De fictieve protagonist Joe Hertle is een jonge Duitse immigrant en broodtekenaar uit Cleveland die in 1916 naar New York trekt om zijn geluk te beproeven. Hij begint met het fabriceren van brave krantenpuzzels en visuele niemendalletjes.
Hertles echte ontwaking is politiek en fysiek pijnlijk. Wanneer hij in Cleveland uit nieuwsgierigheid een toespraak van de charismatische vakbondsleider “Big Bill” Haywood bijwoont, valt de politie de zaal binnen. In de resulterende straatveldslag wordt Joe onder een passerende tram geduwd. Hij overleeft het ternauwernood, maar verliest een onderbeen. Getekend door zijn houten prothese en gekweld door schuldgevoel arriveert hij in Greenwich Village, waar hij op slag verliefd wordt op de ontembare energie van The Masses.
Als lezer loop je aan Hertles hand mee. We zien hoe hij binnentreedt in de chaotische redactievergaderingen waar democratisch met handopsteken wordt gestemd over elk artikel en elke prent. Hertle raakt verzeild tussen de kopstukken: hoofdredacteur Max Eastman, de onverschrokken oorlogscorrespondent John Reed (auteur van Ten Days That Shook the World), feministe Louise Bryant, literaire bohemiens als Floyd Dell en anarchiste Emma Goldman.
Tegelijkertijd begint Joe een stormachtige verhouding met Ethel Bernstein, een jonge Russische activiste van de Unie van Russische Arbeiders, die hem voortdurend confronteert met zijn eigen naïviteit. Hertle is de literaire avatar van Backderf zelf, ooit begonnen als politiek cartoonist in Ohio, en maakt van het boek een meeslepende ontwikkelingsroman over de tekenpen als politiek wapen.
De meest schokkende openbaring van De dissidenten zit in het genadeloos ontmaskeren van het politieke klimaat onder president Woodrow Wilson. In de gangbare geschiedenisboekjes en op internet wordt Wilson veelal herinnerd als de verheven idealist van de Veertien Punten en de Volkenbond. Backderf veegt die mythe met ferme penseelstreken van tafel en toont een kille, autoritaire reactionair die in zijn repressiedrang, xenofobie en minachting voor burgerrechten moeiteloos kan wedijveren met figuren van het formaat Trump.
Wilson won zijn herverkiezing in 1916 op de cynische belofte Amerika buiten de Eerste Wereldoorlog te houden (“He kept us out of the war“), om een paar maanden later de oorlogsverklaring door te drukken. Hierop volgde een ongekende binnenlandse terreurcampagne. Met de Espionage Act van 1917 en de Sedition Act van 1918 werd elke kritische stem vogelvrij verklaard. Socialistisch presidentskandidaat Eugene Debs kreeg tien jaar gevangenisstraf voor een enkele toespraak.
Ronduit ontluisterend is hoe Backderf de American Protective League (APL) uit de geschiedenis opgraaft. Dit was een geheime burgerwacht van tegen de 300.000 fanatieke patriotten, bankiers en zakenlui die met officiële zegen van het Ministerie van Justitie opereerden. Met valse badges en knuppels bestormden zij saloons, vielen ze stakers aan, openden ze privébrieven en arresteerden ze honderdduizenden mannen op straat tijdens hysterische razzia’s op dienstweigeraars. Duits-Amerikanen en andere immigranten met een streepje (“hyphenates“) werden bespioneerd en geterroriseerd. Joe’s vader verliest zijn baan in de bandenfabriek nadat APL-agenten hem thuis intimideren. Dat dit gigantische bolwerk van gelegaliseerd fascisme nagenoeg begraven is in het collectieve geheugen, maakt Backderfs minutieuze onderzoekswerk, dat hij onderbouwt met tientallen pagina’s bronnen en historische annotaties achterin, ronduit monumentaal.
Backderf romantiseert links niet blind. Naarmate het oorlogsjaar 1918 vordert en de gruwelen van de Spaanse Griep, de lynchpartijen tijdens de ‘Rode Zomer’ van 1919 en de Russische Burgeroorlog zich opstapelen, toont hij de desillusie en ideologische breuklijnen.
Wanneer The Masses onder de naam The Liberator een doorstart maakt, is de ziel eruit. Het blad is voorzichtiger, mist het reusachtige formaat van zijn voorganger en vervalt gaandeweg in strakke partijdiscipline.
Visueel levert Backderf een meesterproef af. Hij monteert authentieke historische prenten van giganten als Art Young, Boardman Robinson en Cornelia Barns rechtstreeks tussen zijn eigen hoekige, expressieve undergroundtekeningen.
Tijdens het lezen bekruipt onvermijdelijk een golf van melancholie en nostalgie. Wat is het ontzettend zonde dat dit soort bladen vandaag de dag nauwelijks nog bestaan. Ze waren ongefilterd, ontembaar, artistiek verheven en ideologisch compromisloos. In een hedendaagse wereld die bol staat van oorlog, politieke polarisatie en sluipende censuur, voelt het gemis van een baken als The Masses acuter dan ooit.
De dissidenten is de logische kroon het oeuvre van Backderf. Waar hij in de culthit Mijn vriend Dahmer (2012) als tienergetuige het ontstaan van een monster ontleedde en in Trashed (2015) de smerige realiteit van de afvalwereld tekende, zette hij met het gelauwerde Kent State (2020) definitief de stap naar meedogenloze onderzoeksjournalistiek.
De dissidenten trekt die thematische lijn rond overheidsgeweld en burgerlijke ongehoorzaamheid nog breder. Zijn typische, hoekige undergroundstijl heeft de rauwheid van zijn vroege werk behouden, maar combineert dat inmiddels met de forensische precisie van een historicus. Door zijn persoonlijke achtergrond als ex-cartoonist in Ohio te versmelten met een fictieve gids, levert hij een werk af dat minder intiem is dan Dahmer, maar qua urgentie, reikwijdte en vertelkracht moeiteloos kan wedijveren met Kent State.
Backderf sluit af zonder moraliserend toontje. Op de allerlaatste bladzijde constateert hij simpelweg dat de Sedition Act in december 1920 werd ingetrokken, maar dat de Espionage Act van 1917 tot op de dag van vandaag onverkort van kracht is. De dissidenten laat de naakte feiten spreken. Het is een angstaanjagend actueel meesterwerk over de kwetsbaarheid van het vrije woord en de machinaties van een staat die satire vreest wanneer ze raak is. www.9dekunst.nl
tentez de gagner un chèque cadeau d'une valeur de €5 Rédiger un avis